Open brief aan Pisas: ‘Veertien keer geprobeerd, het model werkt niet meer’

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – Hoe vaak kun je hetzelfde proberen, voordat duidelijk wordt dat het probleem dieper zit? In een open brief aan premier Gilmar Pisas stelt Orlando Meulens die vraag opnieuw, met de toekomst van de raffinaderij als inzet. Zijn boodschap is scherp, maar raakt aan een bredere discussie: hoe lang kan Curaçao blijven leunen op een model dat steeds minder zekerheid biedt?


Door | Orlando Meulens

Geachte premier,

Veertien keer.

Zo vaak is geprobeerd een nieuwe beheerder te vinden voor de raffinaderij. Veertien keer zonder duurzaam resultaat. En toch blijven we doorgaan, alsof poging vijftien ineens een andere uitkomst zal opleveren.

Dat is geen optimisme meer. Dat is bestuurlijke ontkenning.

De recente pogingen om PdVSA opnieuw in beeld te brengen, ondanks de schulden en de erfenis die zij hebben achtergelaten, laten zien hoe diep dit patroon zit. Het probleem wordt steeds gezocht in de partij die het moet uitvoeren, terwijl de realiteit is dat het onderliggende model zelf niet meer werkt.

En dat is waar het schuurt.

Curaçao is groot geworden met olie. Dat is een feit. De raffinaderij heeft decennialang economische stabiliteit gebracht. Maar die stabiliteit was gekoppeld aan een wereld die inmiddels fundamenteel aan het veranderen is. Energie is niet langer alleen een economische factor, maar een strategische. Landen die structureel afhankelijk blijven van fossiel, bouwen geen zekerheid op, maar vergroten hun kwetsbaarheid.

Zelfs landen met aanzienlijk minder zonlicht investeren massaal in alternatieven. Niet omdat het modieus is, maar omdat het noodzakelijk is. Tegelijkertijd zien we hoe geopolitieke spanningen, zoals rond de Straat van Hormuz, direct doorwerken in prijzen en beschikbaarheid. Dat maakt één ding duidelijk: afhankelijk blijven van olie is geen veilige keuze meer.

En toch blijft Curaçao handelen alsof dat wel zo is.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op: voor wie wordt dit beleid nog gevoerd? Niet voor de jongere generatie die behoefte heeft aan een toekomstbestendige economie.

Niet voor ondernemers die zoeken naar voorspelbaarheid en nieuwe kansen. En uiteindelijk ook niet voor de overheidsfinanciën, die blijven leunen op een sector met hoge risico’s en lage zekerheden.

Wat resteert, is een reflex. Vasthouden aan wat bekend is, omdat het alternatief onzeker voelt. Maar geen keuze maken is óók een keuze. En in dit geval een die ons steeds verder vastzet.

Unieke positie

Curaçao heeft juist een unieke positie. De schaal van het eiland maakt het mogelijk om relatief snel te schakelen. Energie-onafhankelijkheid is geen abstract ideaal, maar een haalbare strategische stap. En die stap opent de deur naar nieuwe industrieën, nieuwe investeringen en een economie die minder gevoelig is voor externe schokken.

Dat vraagt geen nieuwe rapporten. Die zijn er al. Dat vraagt geen extra adviseurs. Die zijn er ook. Dat vraagt één ding: bestuurlijke moed.

Moed om te erkennen dat het oliehoofdstuk zijn einde nadert. Moed om afscheid te nemen van een model dat zijn tijd heeft gehad. Moed om een koers te kiezen die niet alleen vandaag uitlegbaar is, maar morgen ook standhoudt.

Want de realiteit is eenvoudig.

Als veertien pogingen niets hebben opgeleverd, is het probleem niet de vijftiende poging. Het probleem is dat we blijven proberen wat niet meer werkt.


1.005 keer gelezen

Deel dit artikel: